Page content

Longemfyseem

Mensen met longemfyseem zijn snel buiten adem, wat de kwaliteit van leven sterk kan beïnvloeden.

Wat is longemfyseem?

Longemfyseem is een ziekte waarbij gedeeltes van de longen beschadigd zijn en slecht functioneren. Het gevolg is dat het bloed te weinig zuurstof opneemt.

Op de tekening zie je longblaasjes. Bij (1) zie je hoe het blauwe (zuurstof-arme) bloed langs de longblaasjes stroomt. Het bloed kan dan zuurstof opnemen. Het zuurstof hecht zich aan het hemoglobine. Zuurstof-rijk bloed tekent men vaak rood.

Longemfyseem

Bij (2) zie je de structuur van gezonde longblaasjes. Ze staan mooi open. Bij (3) zie je de aangetaste longblaasjes van longemfyseem: ze zijn opgerekt en kapot gegaan. Ook is er vaak extra slijmvorming in de longen zodat sommige gedeeltes van de longen de lucht moeilijk kwijt kunnen en zichzelf “opblazen”. Het resultaat is dat het bloed  onvoldoende zuurstof kan opnemen.

Chronische bronchitis en longemfyseem zijn twee verschillende ziektes, maar samen worden ze vaak COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) genoemd. Dit omdat de ademhaling voortdurend bemoeilijkt is. Chronische bronchitis is meer een aandoening van de luchtwegen, bij longemfyseem zijn de longblaasjes beschadigd.

Chronische bronchitis en longemfyseem

Astma is weer anders van aard: bij astma kan glad spierweefsel rondom de luchtwegen verkrampen, en weer ontspannen. Astma is daarom een ziekte waarbij benauwdheid op komt zetten en ook weer weg kan trekken.

Het vaststellen van longemfyseem

Het vermoeden dat iemand longemfyseem heeft, begint vaak met snel achter adem zijn, constant wat benauwd zijn, en bijvoorbeeld veel hoesten. Het eerste dat je arts zal doen is met je praten en naar je gewoontes vragen. Roken is een belangrijke oorzaak van longemfyseem (maar ook mensen die nooit gerookt hebben kunnen het krijgen).

Rijst het vermoeden dat iemand longemfyseem heeft, dan kijkt een arts vaak naar de zuurstofverzadiging van het bloed. Het bloed dat langs de longblaasjes stroomt neemt zuurstof op. Het opgenomen zuurstof wordt direct gekoppeld aan hemoglobine (dat in de rode bloedcellen zit). Er zit gelukkig maar erg weinig zuurstof los in het bloed.

Longblaasjes, rode bloedcellen en de opname van zuurstof

Normaal gesproken is al het hemoglobine volledig verzadigd met zuurstof wanneer het bloed de longen verlaat. Je Kan dat met een oximeter op een vinger meten (zie foto). Bij iemand met gezonde longen en een rustige ademhaling zal de oximeter ongeveer 97% aanwijzen.

Oximeter om zuurstofverzadiging bloed te meten

Maar bij longemfyseem is de zuurstofverzadiging van het hemoglobine duidelijk omlaag gegaan. Dat kan al in rust zijn, maar vooral bij inspanning daalt bij veel longemfyseem-patiënten de opname van zuurstof sterk. Bij longemfyseem kan die rustig onder de 90% zakken.

Longfunctietest bij longemfyseem

Verder kan een arts een longfunctietest laten uitvoeren. En soms wordt er aanvullend onderzoek gedaan, zoals röntgenfoto’s maken.

Longemfyseem en waarom de Buteyko Methode kan helpen

Mijn ervaring met mensen met longemfyseem is dat een longfunctietest voor sommigen (niet voor iedereen) erg belastend is: ze voelen zich erna dagenlang  slecht. Ik weet dat longartsen er bij zweren, maar ik zou aanraden de test niet te doen. Daar zijn twee redenen voor: (1) de patiënt blaast tijdens zo’n test erg veel koolzuurgas weg, wat betekent dat hij of zij erg benauwd kan worden. En (2) in het eindadvies baseert de longarts zich vooral (als hij zijn werk goed doet) op hoe de patiënt zich voelt.

Blaas je een heel redelijke longfunctietest, maar voel je je slecht, dan gaat men op zoek naar andere medicijnen. Is de longfunctietest niet zo geweldig, maar voelt de patiënt zich redelijk goed, dan gaat men door met het huidige  medicijnregime.

Ik sta niet alleen in die observatie: de medicus Janwillem Kocks is in 2011 gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit Groningen op dit onderwerp, en zijn conclusie was:

De longfunctie is weliswaar bepalend voor de ernst van de ziekte, maar heeft weinig relatie met de hoeveelheid klachten die mensen door hun COPD ervaren. Het meten van klachten en de gezondheidstoestand met behulp van een vragenlijst blijkt een geschikte methode voor het sturen van de behandeling van COPD in de dagelijkse praktijk.

Je kan een samenvatting van het onderzoek lezen op de website van de universiteit:

Beter vragenlijst dan longfunctietest

Gold-klassen

Longemfyseem wordt onderverdeeld in vier “GOLD-klassen”. Van GOLD-klasse 1 (lichte longemfyseem – soms heeft de patiënt dit amper zelf door) tot aan GOLD-klasse 4 (zeer ernstige longemfyseem, waarbij de benauwdheid zo groot kan zijn dat iemand extra zuurstof krijgt toegediend).

De twijfel blijft

Mijn ervaring is dat er soms onduidelijkheid is en blijft rondom longemfyseem. Allereerst is het zo dat bij iedereen de longen na het 28-ste jaar achteruit gaan. Verder zie ik veel mensen in de cursus die te horen hebben gekregen dat ze longemfyseem hebben, maar waarbij de opname van zuurstof redelijk hoog is en blijft. Om dit te meten gebruik ik altijd een professionele oximeter, en laat ik longemfyseem-patiënten stevig wandelen.

Mijn inschatting is dat longemfyseem en astmatische klachten vaak samen voorkomen, zodat de benauwdheid die iemand ervaart soms vanuit de astma-component kan komen. Benauwdheid die opkomt en weer wegtrekt, wijst volgens mij dan meer op astma.

Erfelijk longemfyseem

De meeste longemfyseem-patiënten krijgen de ziekte als ze wat ouder worden. Zo vanaf hun 50-ste.

Maar er is ook een erfelijke variant, waarbij een patiënt een bepaald gen mist (Alpha-1).

Buteyko’s visie op longemfyseem

Volgens de longarts Konstantin Buteyko ademen longemfyseem-patiënten te veel. Dat klinkt op het eerste gezicht vreemd omdat hun probleem is dat ze te weinig zuurstof opnemen. En zelf hebben ze vaak het gevoel niet voldoende te kunnen ademen. Wat is er aan de hand?

Voordat ik uitleg wat er volgens Buteyko in de longen gebeurt:  dat longemfyseem-patiënten zwaar ademen en veel lucht in- en uitademen, is wel duidelijk als je met hen leeft of werkt. Je hoort hun ademhaling van grote afstand. Zeker als ze even wat gaan doen, halen ze met grote teugen adem. Vaak gaat de mond hierbij open.

Dus er zijn gedeeltes van de longen waar ze veel lucht in en uit ademen: gedeeltes waar ze hyperventileren.

Maar er zijn ook gedeeltes van de longen waar de longblaasjes beschadigd zijn en niet goed functioneren. Bovendien zijn deze gedeeltes van de longen door slijmvorming en verkramping vaak gedeeltelijk afgesloten. Daar ademen ze onvoldoende: wat men hypoventilatie noemt.

Buteyko's visie op longemfyseem

Volgens Buteyko verlies je door de hyperventilatie koolzuurgas uit sommige gedeeltes van de longen, en ontstaat daardoor lokaal verkramping en slijmvorming. Die verkramping en slijmvorming zorgt ervoor dat in achterliggende gedeeltes van de longen de gasuitwisseling met het langsstromende bloed slecht is. Het bloed dat langs deze longblaasjes stroomt kan onvoldoende zuurstof opnemen. En die gedeeltes van de longen kunnen “opblazen” omdat lucht opgesloten raakt, en daarmee gaan ze ook weer tegen andere luchtwegen en longblaasjes duwen.

Het grote probleem van dit alles is dat het bloed te weinig zuurstof opneemt. De volgende tekening laat dit zien.

Links zie je bloed dat de longen instroomt. Laten we stellen dat het hemoglobine van het bloed nog voor 50% verzadigd is met zuurstof (O2). Dat is een vrij realistische waarde.

Dan zie je dat een deel van het bloed door gezonde gedeeltes van de longen stroomt. Daar kan het voldoende zuurstof opnemen (in de tekening zie je het van 50% naar 100% zuurstof gaan).

Hyperventilatie en hypoventilatie bij longemfyseem

Maar een ander gedeelte van het bloed gaat door beschadigde gedeeltes van de longen (en gedeeltes die afgesloten zijn). Het bloed kan hier maar moeilijk zuurstof opnemen. Laten we zeggen dat de zuurstofverzadiging van dit bloed gaat van 50% naar 70%.

Uiteindelijk komt al het bloed weer bij elkaar daar waar het de longen verlaat. Het uiteindelijke resultaat kan zijn dat de totale zuurstofverzadiging 88% is. Erg laag dus wanneer je dat vergelijkt met iemand met gezonde longen.

De lage opname van zuurstof wordt geregistreerd door het ademhalingscentrum in de hersenen, en die gaat de ademhaling nog zwaarder maken in een poging extra zuurstof de longen binnen te krijgen.

Het resultaat is dat de nog gezonde gedeeltes van de longen zwaar belast worden, en op termijn vaak ook beschadigd raken. Daarom is longemfyseem een progressieve ziekte.

De Buteyko Methode en longemfyseem

De bedoeling van de Buteyko Methode bij longemfyseem is een rustige ademhaling te ontwikkelen. Daardoor kunnen gedeeltes van de longen die slecht functioneren weer geopend worden, en wordt tevens verdere verslechtering van de longen voorkomen.

Een eerste stap daarbij is leren de activiteiten aan te passen aan wat de ademhaling aan kan. Dus altijd door de neus ademen en je nooit zwaar inspannen omdat dit de longen onder te veel druk zet. Mijn ervaring is dat dit erg lastig is voor mensen met longemfyseem: ze willen vaak te veel en zetten door op wilskracht. Ze hebben al zo lang last, dat door de benauwdheid heen werken een gewoonte geworden is. Ook al liggen ze daarna een uur op de bank uit te hijgen. Maar ze hebben niet door dat ze hiermee hun eigen graf graven.

In de dagelijkse praktijk helpt het ook niet dat dit gestimuleerd wordt door bijvoorbeeld de fysiotherapeut waar ze op de loopband stevig moeten wandelen met het idee dat de ademhalingsspieren getraind moeten worden. Wat onzin is. Bewegen is voor longemfyseem-patiënten erg belangrijk, maar wel rustig en gecontroleerd. De ademhaling moet rustig blijven. Ik ga vaak met longemfyseem-patiënten wandelen om hun dit te leren (en moet hen bijna altijd “afremmen”).

Al met al heeft de Buteyko Methode longemfyseem-patiënten veel te bieden. Men kan verdere verslechtering tegenhouden, en vaak krijgt men geleidelijk “meer adem” om dingen te doen. Maar de behandeling van longemfyseem vraagt om doorzettingsvermogen en tijd. En vaak een totale omslag in denken en doen, wat voor veel mensen met longemfyseem toch behoorlijk lastig kan zijn.

Waar andere patiënten na een paar maanden uitscheiden met de Buteyko oefeningen, blijven veel longemfyseem-patiënten de oefeningen trouw doen. Dit omdat ze merken dat ze zo meer lucht hebben, en een verdere verslechtering van hun conditie kunnen tegenhouden.

Uitspraken van cursisten met longemfyseem

Longemfyseem is een lastige ziekte, ook voor Buteyko. Maar er is hoop voor degenen die werkelijk hun best willen doen en doorzetten. Hier zijn wat uitspraken van mijn cursisten:

“Ik heb zwaar longemfyseem, en kon zo weinig meer dat ik de hoop opgegeven had. Ik kan eerlijk zeggen dat Buteyko mijn leven gered heeft”.
Jan

“Ik heb longemfyseem, maar ik raakt nu maar zelden meer buiten adem”.
Jet

“Ook al heb ik longemfyseem, ik heb een groot verschil gemerkt in mijn benauwdheid. Mijn dokter en apotheker zijn verbaasd, ze kunnen niet geloven hoeveel ik in drie maanden vooruit gegaan ben. Ik geniet van elke dag, in plaats van bang te zijn voor elke nieuwe ochtend”.
Helen

 

    Comment Section

    2 reacties op “Longemfyseem


    Door Astrid op 10 februari 2017

    Beste Dick,
    Alleen saturatie meten ipv een longtest is wel erg kort door de bocht. Op een longtest zie je veel meer relevante waarden, oa longinhoud, de maximale hoeveelheid lucht die iemand in 1 seconde kan uitademen enz enz. Dit is erg van belangrijk bij het beloop en den handeling van de ziekte. Tevens is de CCQ vragenlijst samen met de longtest juist belangrijk. Niet om alleen getallen te zien, maar om naar het totaal plaatje te kijken. Tegenwoordig staat in de NHG standaard om deze test 1x per 3 jaar af te nemen. Het advies om de longtest niet af te nemen niet kan ik absoluut niet delen.


    Door Dick-Kuiper op 3 juli 2017

    Hallo Astrid, ik zie in de praktijk veel mensen die zich beroerd voelen na een longfunctietest. Vooral ook mensen met longemfyseem. Terwijl in de praktijk het bijna altijd zo is dat men kijkt naar O2-saturatie in het dagelijkse leven en bij inspanning, en wat de patiënt zelf rapporteert (“het gaat prima met die nieuwe medicijnen” betekent dat men met het gekozen regime doorgaat, en “ik loop te happen naar lucht en voel me steeds minder worden” betekent dat men medicijnen gaat veranderen). Diem longfunctietest is maar zelden de basis voor een behandeling.

    Bovendien is er vanuit een wetenschappelijk standpunt iets mis met die test: een wetenschappelijk meetinstrument behoort datgene dat je probeert te meten niet te beïnvloeden. En dat doe deze test juist zeer zeker wel omdat je veel CO2 uitblaast, wat o.a. het gladde spierweefsel rondom de luchtwegen doet verkrampen. Hoe sterk weet je niet, maar daarmee is de test dus eigenlijk weinig betrouwbaar geworden. Het is alsof je de temperatuur van een glas water wil meten met een grote thermometer die je uit de koelkast haalt.

    Omdat een longfunctietest om zware hyperventilatie vraagt (waarbij je veel CO2 verliest) lijkt me de prijs een patiënt soms moet betalen (ter plekke benauwd worden, en/of zich soms vele dagen erna nog beroerd voelen) niet op de wegen tegen die extra (onbetrouwbare) informatie die de test oplevert. Mijn conclusie is echt: arts praat met je patiënt, en kwel hem of haar niet met die weinig zinvolle longfunctietest.

    Plaats een reactie


    *